ECLI:NL:CRVB:2004:AR3609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding AOW-inkomsten
Appellanten ontvingen sinds 1 augustus 1996 een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Na een onderzoek naar de rechtmatigheid, naar aanleiding van een aanvraagformulier waarin melding werd gemaakt van een AOW-uitkering, stelde de gemeente vast dat appellanten niet onverwijld hadden gemeld dat zij een AOW-uitkering ontvingen sinds 1 juli 1998.
Hierop werd de bijstandsuitkering herzien met terugwerkende kracht en werd het teveel ontvangen bedrag van f 12.181,83 teruggevorderd. Appellanten maakten bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerden zij onder meer aan dat zij niet op de hoogte waren van de meldingsplicht en dat de terugvordering te ernstige gevolgen zou hebben.
De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro hebben geschonden door niet onverwijld melding te maken van de AOW-uitkering. De omstandigheden en financiële situatie van appellanten vormen geen dringende reden om af te zien van terugvordering. De beslagvrije voet blijft gewaarborgd bij de aflossing. De Raad bevestigt daarom het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstandsuitkering met terugvordering wordt bevestigd.