ECLI:NL:CRVB:2004:AR3860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandig garagehouder, diende een aanvraag in voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). De uitkeringsinstantie weigerde de uitkering omdat appellant na de wachttijd minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de belastbaarheid werd overschat en dat de medische rapporten onvoldoende werden meegewogen. Ook stelde hij dat de functies inpakker en herverpakker tricotproducten onvoldoende realiteitswaarde hadden vanwege het beperkte aantal arbeidsplaatsen en verschillen in salariëring.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig tot stand was gekomen en de rapporten van medisch adviseur en neuroloog onvoldoende aanleiding gaven tot twijfel. De geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid niet, ondanks dat enkele functies op een aspect een hogere belasting vertoonden. De Raad achtte de functies passend en voldoende realistisch, mede gelet op het Functie Informatie Systeem en de aanwezigheid van meerdere arbeidsplaatsen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De weigering van de WAZ-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.