ECLI:NL:CRVB:2004:AR4018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en oplegging boete wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand volgens de Algemene bijstandswet (Abw) en verrichtte vanaf december 1999 werkzaamheden zonder dit tijdig te melden. De gemeente Amsterdam trok de bijstand in en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel.
De Raad stelt vast dat het niet nakomen van de inlichtingenplicht heeft geleid tot onterecht ontvangen bijstand over de periode van 20 december 1999 tot en met 29 februari 2000. De boete van €374,37 wordt als te hoog beoordeeld en verminderd tot €275, conform het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
Verder oordeelt de Raad dat de gemeente Amsterdam gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot nadere fasering van de Wet werk en bijstand (WWB), waardoor de boete op grond van de Abw niet langer van toepassing is vanaf 1 januari 2004. De Raad veroordeelt de gemeente in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt verminderd tot €275 en het boetebesluit vernietigd.