ECLI:NL:CRVB:2004:AR4451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en beëindiging toeslag na medische beoordeling
Appellante, die sinds 1981 wegens psychische klachten niet meer werkte en zich in 1985 definitief in Turkije vestigde, kreeg haar WAO-uitkering en toeslag ingetrokken per 1 maart 1999. Na eerdere vernietiging wegens onvoldoende motivering, handhaafde het UWV deze besluiten opnieuw. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, hetgeen de Centrale Raad van Beroep bevestigt.
De Raad baseert zich op medische rapporten van artsen Demirici, Isiten en Sarp, waarbij het belastbaarheidspatroon door het UWV adequaat is vastgesteld en gemotiveerd is afgeweken van de beperkingen op het formulier TH214. De medische stukken van 2002 en 2004 zijn niet relevant voor de gezondheidstoestand op de peildatum 1 maart 1999.
Verder oordeelt de Raad dat overleg tussen bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige heeft plaatsgevonden, tegen de stelling van appellantes gemachtigde in. Ook acht de Raad de functies hulplederbewerker en samensteller geschikt voor appellante, ondanks het vervallen van de functie monteuse/assembleerster vanwege zittend karakter en coxarthrose.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering en beëindiging van de toeslag gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en beëindiging van de toeslag.