ECLI:NL:CRVB:2004:AR4472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging besluit bijstandsuitkering wegens onvolledige heroverweging gezinssituatie
Appellant ontving tot januari 2000 een bijstandsuitkering die werd beëindigd wegens voldoende arbeidsinkomen. Na een nieuwe aanvraag in oktober 2000 werd bijstand toegekend met ingang van de aanvraagdatum, niet met terugwerkende kracht. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en verzocht om bijstand naar gehuwdennorm vanwege het rechtmatig verblijf van zijn echtgenote sinds september 2000.
De gemeente wees het bezwaar af en kende later bijstand toe naar gehuwdennorm met ingang van mei 2001. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat heroverweging in bezwaar beperkt is tot de oorspronkelijke aanvraag. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de bezwaarprocedure een volledige heroverweging vereist, inclusief gewijzigde gezinssituatie.
De Raad vernietigt daarom het besluit van 28 september 2001 voor zover het de heroverweging betreft, maar handhaaft de ingangsdatum van de bijstand op de datum van aanvraag omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 28 september 2001 wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onvolledige heroverweging, maar de ingangsdatum van de bijstand blijft de datum van aanvraag.