ECLI:NL:CRVB:2004:AR4539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder opgave
Appellante ontving sinds 1992 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van fraudemeldingen heeft de sociale recherche onderzoek gedaan, waaruit bleek dat appellante vanaf 1 december 1998 met appellant een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden aan de gemeente. Hierdoor werd de uitkering onterecht verstrekt en teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat haar verklaring aan de sociale recherche onjuist was door medicijngebruik, maar de Raad vond hiervoor geen voldoende aanwijzingen. Ook het verzoek om haar minderjarige zoon als getuige te horen werd afgewezen vanwege diens leeftijd en afhankelijkheid.
De Raad oordeelde dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor was de gemeente gehouden de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen, ook mede van appellant. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering wegens gezamenlijke huishouding zonder opgave.