ECLI:NL:CRVB:2004:AR4811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin werd bevestigd dat zijn WW-uitkering met ingang van 17 juni 2002 gedurende 16 weken met 20% werd verlaagd. Deze verlaging was gebaseerd op het oordeel dat appellant in de periode van 3 tot en met 16 juni 2002 onvoldoende had geprobeerd passende arbeid te verkrijgen.
De Raad toetste het besluit van 4 december 2002 en onderschreef de eerdere bevindingen van de rechtbank. Het enkele contact opnemen met relaties en het inzien van kranten en tijdschriften werden niet als voldoende sollicitatie-inspanningen beschouwd. Verder benadrukte de Raad dat ook personen die werkzaamheden in de zelfstandige beroepsuitoefening verwachten, niet zijn ontslagen van hun sollicitatieverplichtingen.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De verlaging van de WW-uitkering blijft derhalve gehandhaafd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 20% gedurende 16 weken wordt bevestigd.