ECLI:NL:CRVB:2004:AR4913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging verzekeringsplicht directeur-grootaandeelhouder zonder terugwerkende kracht
Appellante betwistte het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de verzekeringsplicht van haar directeur-grootaandeelhouder per 1 januari 2002 te beëindigen zonder terugwerkende kracht. De discussie spitste zich toe op het feit dat appellante geen melding had gemaakt van een aandelenoverdracht in 1988, terwijl de aandeelhouder sindsdien meer dan de helft van de aandelen bezat.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het UWV op goede gronden had besloten de verzekeringsplicht niet met terugwerkende kracht te beëindigen, mede omdat er geen sprake was van nalatigheid of onzorgvuldigheid van het UWV en omdat appellante zelf geen melding had gedaan van de aandelenoverdracht. Ook het feit dat in 1993/1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering was verstrekt, was relevant voor het oordeel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat premierestitutie over de afgelopen vijf jaar aan de orde zou zijn, omdat zij aannam dat de directeur-grootaandeelhouder verzekerd was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het risico van het niet melden van de aandelenoverdracht voor rekening van appellante komt en dat het UWV terecht de verzekeringsplicht heeft beëindigd per 1 januari 2002 zonder terugwerkende kracht. Premierestitutie werd afgewezen, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijkende toepassing rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van de directeur-grootaandeelhouder is per 1 januari 2002 terecht beëindigd zonder terugwerkende kracht en premierestitutie is niet toegewezen.