ECLI:NL:CRVB:2004:AR5184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- A.B.J. van der Ham
- R.H. de Bock
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens verzwegen gezamenlijke huishouding en opgelegde boete
Appellante ontving sinds 1977 een bijstandsuitkering op grond van de ABW en later de Abw, telkens naar de norm voor een alleenstaande. Naar aanleiding van een vermoeden van samenwoning met betrokkene voerde de Sociale Recherche een onderzoek uit. Uit het onderzoek en verklaringen bleek dat appellante en betrokkene vanaf 1 april 1993 feitelijk samenwoonden, ondanks het aanhouden van aparte woonadressen.
De gemeente Nijmegen herzag de uitkering en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug van appellante en betrokkene. De rechtbank vernietigde deels het besluit over de intrekking en terugvordering, maar stelde een boete vast op €657,98 wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gezamenlijke huishouding aannemelijk was en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, waardoor intrekking en terugvordering terecht waren. Ook de boete werd bevestigd, aangezien geen dringende redenen waren om hiervan af te zien. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering, de terugvordering van de bijstand en de opgelegde boete wegens het verzwegen voeren van een gezamenlijke huishouding.