ECLI:NL:CRVB:2004:AR5535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding en doorzendplicht in socialezekerheidsrecht
Appellant diende beroep in tegen een besluit van 21 december 2001 waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. Hij erkende de overschrijding maar beriep zich op overmacht vanwege drukke werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, maar stelde dit later in verzet terug. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank het beroep ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend. De Raad benadrukt dat het bestuursorgaan het beroepschrift binnen twee weken na ontvangst aan de rechtbank moet doorzenden, en dat deze doorzendplicht niet voor risico van appellant komt.
Omdat het bestuursorgaan het beroepschrift niet tijdig doorzond en de uiterste termijn voor indiening op 1 februari 2002 lag, had het beroep niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De door appellant aangevoerde overmacht wordt niet aanvaard. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 21 december 2001 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.