ECLI:NL:CRVB:2004:AR5544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens eigen toedoen bij niet verlengen arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of appellant terecht een blijvende gehele weigering van de WW-uitkering is opgelegd omdat hij door eigen toedoen geen passende arbeid heeft behouden. De Raad baseert zich op de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank en de stukken in het geding, waaronder een personeelskaart van de werkgever.
Appellant heeft geweigerd in te stemmen met een urenwijziging op papier, was regelmatig te laat, had onenigheid met collega’s en werkte onvoldoende mee aan oplossingen van de werkgever. Ook het niet tijdig voldoen aan oproepen van de verzekeringsarts leidde tot een officiële waarschuwing. De Raad acht de door appellant aangevoerde verklaringen onvoldoende om de verwijtbaarheid te verminderen.
De Raad concludeert dat er geen dringende redenen zijn om af te zien van de maatregel van blijvende gehele weigering van de WW-uitkering. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Proceskosten worden niet toegewezen.
Appellants medische klachten worden niet relevant geacht voor het oordeel, omdat arbeidsongeschiktheid geen onderdeel uitmaakt van de verwijten en de huisarts geen zinvolle verwijzing naar een specialist achtte. Bij goed functioneren was verlenging van de arbeidsovereenkomst mogelijk geweest.
Uitkomst: De Raad bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens eigen toedoen van appellant.