ECLI:NL:CRVB:2004:AR5664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming ziektekosten op grond van de Ziektekostenregeling sector Rijk
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in ziektekosten over 2001 op grond van de Ziektekostenregeling voor de sector Rijk. De Minister van Binnenlandse Zaken kende een tegemoetkoming toe die uitsluitend de premie voor de ziektekostenverzekering betrof, waarbij overige nota's werden afgewezen op basis van artikel 7 van Pro de regeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de regeling geen hardheidsclausule kent en de opgevoerde ziektekosten geen bijzondere omstandigheden vormden om hiervan af te wijken.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn bijzondere ziektekosten het gevolg waren van een ziekte die in 1984 tot invaliditeitspensioen leidde en dat de huidige regeling geen compensatie meer bood. De Raad overwoog dat de Zvr-regeling, gebaseerd op artikel 125 van Pro de Ambtenarenwet, sinds 1 januari 2000 is gewijzigd en alleen nog kosten vergoedt die volledig uitgesloten zijn van vergoeding door de standaardverzekering. De regeling bevat geen hardheidsclausule.
Hoewel de Raad erkent dat de vermindering van aanspraken een aanzienlijke financiële last voor appellant betekent, oordeelt hij dat er geen ernstige gebreken zijn in de totstandkoming of inhoud van artikel 7 van Pro de Zvr-regeling die toepassing ervan in dit geval zouden verbieden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Tevens ziet de Raad geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvullende tegemoetkoming ziektekosten op grond van de Ziektekostenregeling sector Rijk.