ECLI:NL:CRVB:2004:AR5975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van nieuwe feiten
Verzoeker heeft verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 juni 2000, waarin werd bevestigd dat hij reeds op 29 september 1987 volledig arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op verdere uitkeringen op grond van de AAW en WAO.
De Raad overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening alleen openstaat indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker stelde dat hij in 1987 in Nederland heeft gewerkt en ziek is geworden, en vroeg om een nader medisch onderzoek.
De Raad concludeert dat uit de door verzoeker aangevoerde feiten geen nieuwe omstandigheden blijken zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. De eerdere uitspraak blijft daarmee ongewijzigd. Het verzoek om herziening wordt afgewezen en er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De beslissing is genomen zonder zitting, met toestemming van partijen, en de uitspraak is op 5 november 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.