ECLI:NL:CRVB:2004:AR6016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- A.B.J. van der Ham
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens zelfstandige werkzaamheden zonder vergunning
Appellant ontving vanaf 1997 een bijstandsuitkering die per 1 april 1999 werd beëindigd wegens werkaanvaarding. Hij werd aangemerkt als zelfstandige vanaf 17 februari 1998, toen hij beschikte over de vereiste drank- en horecawetvergunning. De gemeente Eindhoven trok de bijstand in over de periode 14 november 1997 tot 1 april 1999 en legde een boete op wegens het niet melden van zijn zelfstandige werkzaamheden.
De Raad oordeelt dat appellant vanaf 17 februari 1998 als zelfstandige moet worden beschouwd, maar dat de intrekking over de periode 14 november 1997 tot 17 februari 1998 wegens ontbreken van de vergunning onjuist is gemotiveerd en vernietigd wordt. De rechtsgevolgen van dit besluit blijven echter in stand. Appellant heeft de inlichtingenplicht geschonden door zijn zelfstandige activiteiten niet te melden, wat rechtvaardigt dat de bijstand wordt ingetrokken en teruggevorderd.
De opgelegde boete van € 1.366,-- wordt bevestigd omdat de gedraging verwijtbaar is en geen dringende redenen voor kwijtschelding zijn gebleken. De aanvraag van 4 mei 1999 om bijstand wordt terecht afgewezen omdat appellant als zelfstandige uitsluitend algemene bijstand op grond van artikel 8 Abw Pro kan ontvangen. De Raad veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand over de periode zonder vergunning wordt vernietigd, terwijl intrekking, terugvordering en boete over de overige periode worden bevestigd.