ECLI:NL:CRVB:2004:AR6046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering en oplegging boete wegens niet opgegeven inkomsten uit arbeid
Appellant ontvangt sinds 1985 een bijstandsuitkering en is tijdens een politieonderzoek in augustus 2000 aangewezen als beheerder van een horecagelegenheid. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente ’s-Gravenhage een herzieningsbesluit genomen op grond van niet opgegeven inkomsten uit arbeid over de periode van maart 2000 tot mei 2001. Tevens is een boete opgelegd wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant de inlichtingenverplichting zoals bedoeld in artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet heeft geschonden door zijn werkzaamheden niet te melden. De gemeente was daardoor verplicht de bijstandsuitkering over de genoemde periode te herzien en de teveel betaalde bedragen terug te vorderen. De opgelegde boete is eveneens gegrond, aangezien geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die verwijtbaarheid uitsluiten.
Appellants verweer dat hij niet werkzaam was in de horecagelegenheid wordt verworpen op basis van het proces-verbaal, zijn eigen verklaringen en de verklaring van de verbalisant. De Raad bevestigt het besluit van de rechtbank dat het hoger beroep ongegrond is en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de bijstandsuitkering en boete worden bevestigd.