ECLI:NL:CRVB:2004:AR6068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring en beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische gronden
Appellante was werkzaam bij IVA en viel uit wegens pijnklachten in beide armen. Na een korte werkhervatting werd zij opnieuw ziekgemeld. Op 5 september 2001 verklaarde een verzekeringsarts haar hersteld, omdat er geen objectieve medische afwijkingen of bewegingsbeperkingen werden gevonden. Het UWV besloot daarop de Ziektewetuitkering te beëindigen, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. In hoger beroep werden medische verklaringen van een neuroloog, chiropractor, fysiotherapeut en arbo-arts ingebracht, evenals een brief van het Bureau Beroepsziekten FNV over slechte werkomstandigheden. De Raad oordeelde echter dat deze gegevens onvoldoende concrete aanwijzingen bevatten om het eerdere oordeel te weerleggen.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat het werk van appellante bestond uit wisselende taken met minimale tillen en dragen. De Raad achtte de informatie van de arbeidsdeskundige betrouwbaar ondanks enkele bezwaren over de bron van de informatie. De medische en arbeidskundige gegevens boden geen aanleiding om het besluit te vernietigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.