ECLI:NL:CRVB:2004:AR6072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na wijziging AOW-pensioenbesluit in hoger beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam betreffende zijn AOW-pensioen en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De Sociale verzekeringsbank had het pensioen van appellant vastgesteld op 48% van het maximale pensioen omdat zijn echtgenote 65 jaar was geworden, waarna de toeslag werd ingetrokken. Appellant stelde dat hij duurzaam gescheiden leefde en maakte bezwaar, maar dit werd niet tijdig behandeld.
Tijdens de procedure wijzigde de Sociale verzekeringsbank het pensioenbesluit in het voordeel van appellant, maar hij handhaafde zijn hoger beroep met name vanwege de proceskosten. De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het oorspronkelijke besluit en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover dat betrekking had op het pensioenbesluit en de niet-ontvankelijkverklaring.
Wel werd het belang van appellant erkend voor de proceskosten, omdat hij zich tot de rechtbank moest wenden om een beslissing op zijn bezwaar te verkrijgen. De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskosten betrof en veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De vergoeding werd vastgesteld op €30 voor faxkosten en €87 voor griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk behalve voor het onderdeel proceskosten, waarbij de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.