ECLI:NL:CRVB:2004:AR6108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.C.F. Talman
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op ziekte-uitkering na onzorgvuldige besluitvorming en overschrijding redelijke termijn
Appellant, voormalig inkomensconsulent bij de gemeente Uden, werd vanaf 1 januari 1998 een ontslaguitkering toegekend. Na ziekmelding op 30 juni 1998 weigerde de gemeente een ziekte-uitkering toe te kennen, omdat een bedrijfsarts op 7 juli 1998 oordeelde dat appellant niet arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar en verzocht om een bindend advies, maar weigerde toestemming voor een bindend advies van een nieuwe bedrijfsarts, waarna de gemeente zonder aanvullend geneeskundig onderzoek het besluit handhaafde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat geen aanvullend geneeskundig onderzoek was verricht. De Raad benoemde prof. dr. R. Stockbrügger als deskundige, die concludeerde dat appellant waarschijnlijk tot en met 31 december 1998 niet volledig arbeidsgeschikt was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en kende appellant de ziekte-uitkering toe over de periode van 7 juli tot en met 31 december 1998. Tevens stelde de Raad vast dat de gemeente de redelijke beslistermijn had overschreden, waardoor wettelijke rente over de nabetaling verschuldigd is. Verzoeken tot vergoeding van overige schade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Appellant krijgt ziekte-uitkering toegekend van 7 juli tot en met 31 december 1998 en wettelijke rente over de nabetaling.