ECLI:NL:CRVB:2004:AR6353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW- en TW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering en een uitkering op grond van de Toeslagenwet (TW). Na onderzoek door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) bleek dat appellant en zijn echtgenote werkzaamheden verrichtten als zelfstandigen, waardoor het recht op uitkering gedeeltelijk eindigde. De omvang van de werkzaamheden werd geschat op 4 uur per dag.
Appellant en zijn echtgenote weigerden medewerking aan het onderzoek en het verstrekken van gegevens, waardoor het Uwv een schatting moest maken. De Raad oordeelde dat het Uwv zorgvuldig had gehandeld en dat het ontbreken van concrete gegevens aan appellant te wijten was, waardoor de schatting voor zijn rekening kwam.
De Raad onderschreef de eerdere uitspraak van de rechtbank die de herziening en intrekking van de uitkeringen bevestigde en de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen handhaafde. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank in stand kunnen blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW- en TW-uitkeringen wegens zelfstandige werkzaamheden.