ECLI:NL:CRVB:2004:AR6359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit volledige weigering WW-uitkering wegens benadelingshandeling
Appellant was van november 1996 tot januari 2001 in dienst als timmerman bij een werkgever die vanaf juli 1999 achterstanden had in het bijboeken van rechtwaarden. Ondanks mondeling aandringen en inschakeling van de vakbond in augustus 2000, werden de achterstanden pas laat en onregelmatig aangepakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant een benadelingshandeling had gepleegd door niet tijdig en adequaat op te treden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk meerdere malen mondeling had aangedrongen en de vakbond had ingeschakeld, wat leidde tot sommatiebrieven aan de werkgever. De Raad oordeelde dat appellant niet in die mate verwijtbaar is dat volledige weigering van de uitkering gerechtvaardigd is. De achterstanden waren weliswaar groot, maar appellant had niet nagelaten actie te ondernemen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en gaf aan dat een korting van 30% op de uitkering passend kan zijn. Tevens werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Gedaagde moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot volledige weigering van de uitkering wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit te nemen met mogelijke korting van 30%.