ECLI:NL:CRVB:2004:AR6402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van nabetaling WW-uitkering na intrekking maatregel
Appellant stelde bezwaar in tegen de hoogte van een nabetaling van €126,93 die was verricht na intrekking van een maatregel op zijn WW-uitkering. Hij meende dat hem €4,99 te weinig was betaald. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad beoordeelde het geschil aan de hand van de Werkloosheidswet zoals die op dat moment gold. Het hoger beroep betrof een herhaling van eerdere stellingen en een uitgebreide berekening van appellant, maar de Raad vond geen aanleiding om de berekening van gedaagde onjuist te achten.
Ook werd overwogen dat er geen gronden waren voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 10 november 2004 door mr. H.G. Rottier, met griffier M.D.F. de Moor.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nabetaling van €126,93 wordt bevestigd.