ECLI:NL:CRVB:2004:AR6414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig machinevoerder, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herziening door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd deze uitkering verlaagd naar 45 tot 55% en later naar 35 tot 45%. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit tot verlaging per 2 augustus 1999 vanwege het ontbreken van een nadere hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwist appellant de medische en arbeidskundige beoordeling waarop de herziening is gebaseerd, met name de passendheid van bepaalde functies. De Raad overweegt dat het medisch onderzoek, uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen, zorgvuldig en adequaat is en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd die twijfel zaaien over de juistheid daarvan.
De arbeidskundige beoordeling acht de Raad eveneens juist, waarbij functies als stikster en modinette niet passend worden geacht, maar andere functies wel. Gezien deze bevindingen bevestigt de Raad de herziening van de WAO-uitkering naar de klasse van 35 tot 45%.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.