ECLI:NL:CRVB:2004:AR6415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over wettelijke rente bij vertragingsschade sociale verzekeringen
Appellant vordert in hoger beroep een eerdere ingangsdatum van de wettelijke rente over te late betalingen van sociale zekerheidsuitkeringen dan door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vastgesteld. Het geschil betreft de vraag vanaf wanneer wettelijke rente verschuldigd is wegens beslisverzuim bij de behandeling van een aanvraag om WAO-uitkering.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard. De Raad overweegt dat de wettelijke rente verschuldigd is vanaf de eerste dag na de maand waarin uiterlijk op de aanvraag had moeten worden beslist, hier vastgesteld op 3 april 1995. De door appellant geclaimde eerdere ingangsdata worden verworpen omdat op die momenten geen aanvraag lag waarop beslist had moeten worden.
Voorts wijst de Raad de vordering tot vergoeding van proceskosten wegens werkuren van de vorige gemachtigde af, gelet op het limitatieve karakter van proceskostenvergoedingen in bestuursrechtelijke procedures. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de wettelijke rente ingaat vanaf 3 april 1995 en wijst de schadevergoeding af.