ECLI:NL:CRVB:2004:AR6416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, wegens rugklachten arbeidsongeschikt sinds maart 1998, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen per 25 maart 1999, omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep ongegrond na het raadplegen van meerdere medische deskundigen. De internist en neuroloog stelden geen significante afwijkingen vast en achtten appellante in staat tot passende arbeid. De zenuwarts Busard concludeerde psychische beperkingen, maar zijn rapport werd met terughoudendheid beoordeeld vanwege de gebruikte methode van zelfeffectiviteitsverwachting.
De Raad volgde de rechtbank in het niet doorslaggevend achten van het rapport van Busard en hechtte meer waarde aan het rapport van psychiater Buiten, die een borderline persoonlijkheidsstoornis vaststelde met beperkingen op sociaal en emotioneel vlak. De arbeidsdeskundigen concludeerden dat appellante in staat was tot het verrichten van drie passende functies, ondanks beperkingen in samenwerking en communicatie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de methode van Busard niet was toegepast en dat de resterende functies niet geschikt waren vanwege communicatieve eisen. De Raad oordeelde dat het rapport van Busard vermoedelijk wel die methode gebruikte maar onvoldoende objectief was onderbouwd. De conclusies van Buiten waren wel goed gemotiveerd. De Raad vond geen aanleiding het besluit te vernietigen en bevestigde het bestreden vonnis dat de WAO-uitkering werd geweigerd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was en in staat was passende functies te verrichten.