ECLI:NL:CRVB:2005:AT5915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid en functiebeschikbaarheid
Appellant, werkzaam als tekenaar, kreeg na een auto-ongeval een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen en medisch onderzoek werd zijn uitkering in 2000 verlaagd naar 25-35%. Appellant stelde dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld.
De Raad beoordeelde het medisch bewijs, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een neuroloog, en concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. De door appellant overgelegde contra-expertise en rapporten werden niet gevolgd vanwege onvoldoende objectiviteit en onderbouwing.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en stelde de WAO-uitkering dienovereenkomstig vast. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant is per 16 januari 2001 vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.