ECLI:NL:CRVB:2004:AR6421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- H.T. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over overname betalingsverplichtingen werkgever WW
Gedaagde was werkzaam als metselaar bij een aannemingsbedrijf en vorderde op grond van de artikelen 61 en volgende van de WW dat het UWV de door zijn werkgever niet nagekomen betalingsverplichtingen zou overnemen. Deze betreffen vakantierechtwaarden en pensioen- en risicopremies over verschillende perioden.
De rechtbank had het beroep van gedaagde gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding. Het UWV had geweigerd bepaalde premies over te nemen vanwege vermeende benadelingshandeling door gedaagde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de vordering over de periode vóór 25 december 1999 buiten de termijn van artikel 64 WW Pro valt en dus niet voor overname in aanmerking komt. Ten aanzien van de periode van 25 december 1999 tot 1 oktober 2000 is sprake van een benadelingshandeling door gedaagde, maar niet in die mate dat volledige weigering van uitkering gerechtvaardigd is; een korting van 30% zou passend zijn.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook een beslissing op het verzoek om schadevergoeding moet worden genomen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.