ECLI:NL:CRVB:2004:AR6451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering ondanks aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken
Appellante, voormalig zorgteammanager, werd sinds november 1997 arbeidsongeschikt verklaard vanwege een reactief depressief beeld en myogene lage rugklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende haar een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, later bij bezwaar verhoogd naar 35 tot 45%.
In hoger beroep werd een deskundigenonderzoek ingesteld, waarbij psychiater dr. A.P.K. van Eekeren concludeerde dat appellante leed aan een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, met psychische beperkingen voor tijdsdruk, verantwoordelijkheid en conflicthantering. Desondanks achtte hij haar in staat duurzaam passende arbeid te verrichten.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig en op een deugdelijke medische grondslag berustte. De door appellante overgelegde tegenrapportage van een verzekeringsgeneeskundige werd niet gevolgd. Ook de toekenning van een hogere arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf december 1999 wegens toegenomen klachten deed hieraan niet af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het Uwv en verwierp het hoger beroep van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%.