ECLI:NL:CRVB:2004:AR6507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering met terugwerkende kracht en rentevergoeding na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 1994, kreeg aanvankelijk geen WAO-uitkering toegekend wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en herberekening door het UWV werd alsnog een uitkering toegekend met ingang van 28 augustus 1995, berekend op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond, maar de Centrale Raad vernietigde dit besluit en oordeelde dat het UWV het recht had appellant te onderzoeken zonder voorafgaand Belgisch onderzoek. De Raad stelde vast dat de beperkingen van appellant medisch en arbeidskundig juist waren beoordeeld en dat de functies passend waren.
Appellant kreeg rentevergoeding over de niet tijdig verstrekte uitkering toegewezen en het UWV werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. De Raad bepaalde tevens dat de late aanvraag voor voortzetting van de uitkering niet tegen appellant mag worden gebruikt vanwege de langdurige procedures.
Uitkomst: Appellant wordt met terugwerkende kracht een WAO-uitkering van 15-25% toegekend en het UWV wordt veroordeeld tot rentevergoeding en proceskosten.