ECLI:NL:CRVB:2004:AR6512
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens langdurige detentie en terugvordering onverschuldigde betalingen
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na melding van zijn detentie vanaf 1 mei 2000 stopte het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de uitkering met ingang van juni 2000 en vorderde onverschuldigde betalingen terug. Appellant stelde dat de intrekking in strijd was met internationale verdragen en het resocialisatiebeginsel, en betwistte de terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. In hoger beroep erkende het Uwv de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit en trok het dit gedeeltelijk in, met een nieuwe intrekking per 1 november 2000. De Raad oordeelde dat het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond was, maar dat het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd moesten worden.
De Raad overwoog dat de wetgever onvoldoende rekening had gehouden met proportionaliteit en subsidiariteit bij de overgangsregeling van de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden (Wsg). De Raad wees appellants argumenten over disproportionaliteit en ongerechtvaardigd onderscheid tussen uitkeringsgerechtigden af, en bevestigde dat de intrekking gerechtvaardigd was. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van renteschade en proceskosten.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het latere besluit wordt gehandhaafd, en het Uwv wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.