ECLI:NL:CRVB:2004:AR6889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel
Appellanten ontvingen bijstandsuitkeringen, waarbij appellant vanaf 26 augustus 1997 rechtmatig verblijf in Nederland had en bijstand ontving naar de norm voor gehuwden. Een onderzoek van de Sociale Recherche bracht aan het licht dat appellant tussen 1 juli 1997 en 31 december 1998 handelde in auto's zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt.
Op basis hiervan trok de gemeente Ermelo de bijstandsuitkering in en vorderde de betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad oordeelde dat appellant over de periode 1 juli 1997 tot 26 augustus 1997 geen bijstand ontving en de intrekking over die periode onrechtmatig was.
De Raad bevestigde dat appellanten geen recht hadden op bijstand over de onderzochte periode vanwege het niet melden van inkomsten uit autohandel. Het beroep van appellant werd gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor de periode 1 juli 1997 tot 26 augustus 1997, en de gemeente werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en het betalen van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 1 juli 1997 tot 26 augustus 1997 en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.