ECLI:NL:CRVB:2004:AR6890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen beëindiging bijstandsuitkering terecht ontvankelijk verklaard
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn had een uitkering toegekend aan gedaagde van 1 november 2001 tot 1 mei 2002. Na beëindiging van deze uitkering vroeg gedaagde op 11 juni 2002 opnieuw een uitkering aan, die per 27 mei 2002 werd toegekend. Gedaagde maakte bezwaar tegen de stopzetting van de uitkering per 1 mei 2002. Dit bezwaar werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn, omdat het werd opgevat als gericht tegen het besluit van 16 oktober 2001.
De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar betrekking had op het besluit van 10 juli 2002, waartegen de bezwaartermijn nog niet verstreken was. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en stelt dat appellant het bezwaar had moeten aanmerken als gericht tegen het besluit van 10 juli 2002. De Raad vindt het begrijpelijk dat het bezwaar van 14 augustus 2002 tegen het latere besluit was gericht, omdat de termijn voor het eerdere besluit al was verstreken.
Verder merkt de Raad op dat appellant gedaagde niet had hoeven vragen tegen welk besluit het bezwaar was gericht tijdens de hoorzitting, en dat het gegeven antwoord niet doorslaggevend is. Ook is niet gebleken dat gedaagde was gewezen op de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar bij een verkeerde richtingsaanduiding. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.