ECLI:NL:CRVB:2004:AR6952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kuurbehandeling Morbus Bechterew in Oostenrijk
Appellante, lijdend aan Morbus Bechterew, verzocht vergoeding van kosten voor een kuurprogramma in Oostenrijk. De Stichting Centrale Zorgverzekeraars wees dit af, stellende dat kuurbehandelingen geen verstrekking zijn volgens de Ziekenfondswet (Zfw) en de daarop gebaseerde regelgeving.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het kuurprogramma niet valt onder revalidatiezorg zoals omschreven in het Verstrekkingenbesluit (Vb). De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte dat het programma niet voldoet aan de criteria van multidisciplinaire revalidatiezorg en geen individueel behandelplan bevatte.
Voorts oordeelde de Raad dat het verblijf in het kuuroord, ondanks de status als Krankenanstalt, niet gelijkstaat aan medisch-specialistische zorg zoals bedoeld in de Zfw. Ook het beroep op het gemeenschapsrecht werd verworpen omdat alleen verstrekkingen volgens het Vb voor vergoeding in aanmerking komen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot toepassing van bestuursrechtelijke herstelmaatregelen. Hiermee blijft de afwijzing van vergoeding van de kuurbehandeling in stand.
Uitkomst: De vergoeding voor de kuurbehandeling in Oostenrijk wordt afgewezen omdat deze niet onder de Ziekenfondswet valt.