ECLI:NL:CRVB:2004:AR6959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
De zaak betreft een geschil over de intrekking van een WAO-uitkering aan gedaagde, die door het UWV werd ingetrokken op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig rapport waarin werd geconcludeerd dat zijn arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%.
Gedaagde voerde aan dat zijn psychische en fysieke beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, ondersteund door rapporten van een geestelijk gezondheidskundige en psycholoog die wezen op ernstige psychiatrische problematiek en ongeschikte functies. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat de medische beperkingen niet juist waren vastgesteld en volgde het oordeel van een door de rechtbank ingeschakelde deskundige.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat het deskundigenrapport lacuneus was en onvoldoende vertaalde naar arbeidsbeperkingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de psychische belastbaarheid had overschat en dat de rechtbank terecht het besluit had vernietigd. De Raad bevestigde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met een juiste vaststelling van de beperkingen.
De Raad wees het verzoek van gedaagde tot schadevergoeding af, veroordeelde het UWV in de proceskosten en legde griffierecht op. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige medische beoordeling bij het vaststellen van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep van het UWV af.