ECLI:NL:CRVB:2004:AR7014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende motivering passende arbeid
Appellant, een zelfstandig timmerman, ontving uitkeringen krachtens de WAO en WAZ en was vrijwillig verzekerd voor de Ziektewet (ZW). Na ziekmeldingen en medische beoordelingen besloot het UWV de ZW-uitkering te beëindigen omdat appellant niet ongeschikt zou zijn voor passende arbeid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar werd deels ongegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van november 2000 ongegrond en het bezwaar tegen het besluit van januari 2001 niet-ontvankelijk. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het standpunt van het UWV over de passende arbeid onvoldoende is gemotiveerd, met tegenstrijdige arbeidskundige rapporten en onduidelijkheid over het aantal uren passende arbeid. Tevens was het bezwaar tegen het besluit van januari 2001 ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat ook telefonisch bezwaar als zodanig kan gelden.
De Raad vernietigt daarom de bestreden besluiten en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het bezwaar niet ontvankelijk verklaarde. De zaak hoeft niet terug naar de rechtbank; het UWV moet nieuwe besluiten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt appellant het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt nieuwe besluiten met betere motivering en erkent het bezwaar als ontvankelijk.