ECLI:NL:CRVB:2004:AR7172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor procedurekosten bij Europees Hof
Appellant, ontvanger van een bijstandsuitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten gemaakt in verband met een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Deze kosten betroffen telefoon-, porto-, kopieer- en reiskosten. De gemeente Groningen wees de aanvraag af op grond van het bestaan van een voorliggende voorziening. Het bezwaar en het beroep tegen deze afwijzing werden ongegrond verklaard door de gemeente en de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Wet op de rechtsbijstand niet als voorliggende voorziening kan worden aangemerkt voor de door appellant zelf gemaakte kosten in een procedure die hij zonder advocaat voert. De afwijzing berustte daarom op een onjuiste grondslag en het besluit moest worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat appellant ervoor koos de procedure zonder advocaat voort te zetten en de financiële gevolgen daarvan voor eigen rekening komen.
Daarnaast merkte de Raad op dat de reiskosten voor jurisprudentieonderzoek vermijdbaar waren, aangezien appellant gebruik kon maken van bibliotheekfaciliteiten. De Raad veroordeelde de gemeente tot vergoeding van een deel van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 31 mei 2001 wordt vernietigd, met in stand blijvende rechtsgevolgen en een proceskostenvergoeding aan appellant.