ECLI:NL:CRVB:2004:AR7186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhoging WAO-uitkering en ziekengeld door UWV
Betrokkene, werkzaam als doktersassistente, viel in 1989 uit met psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na gedeeltelijke hervatting van werk en diverse herbeoordelingen verzocht zij in 1999 om herkeuring wegens toegenomen klachten. Het UWV weigerde haar WAO-uitkering te verhogen en stopte het ziekengeld.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van betrokkene, maar het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts niet onjuist was, maar dat het besluit tot weigering van verhoging onzorgvuldig was voorbereid omdat een arbeidskundig onderzoek ontbrak.
Daarnaast was het UWV tekortgeschoten in de feitelijke onderbouwing van het maatstaf arbeid, omdat het oproepwerk van betrokkene niet was meegenomen. Hierdoor werd het besluit tot weigering van ziekengeld vernietigd. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering verhoging WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.