ECLI:NL:CRVB:2004:AR7505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond die het bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor bijstand ongegrond verklaarde. De zaak betreft de intrekking en terugvordering van bijstand vanwege het verzwegen van inkomsten uit handelsactiviteiten van haar (ex-)echtgenoot in de periode 1992-1997.
De Raad oordeelt dat appellante en haar (ex-)echtgenoot aanzienlijke inkomsten hebben verzwegen, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht hadden op bijstand. Tevens werd een aanvraag afgewezen wegens het niet voldoen aan een verzoek om relevante financiële gegevens. Appellante slaagde er niet in aan te tonen dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden die recht zou geven op bijstand.
De Raad acht de stelling van appellante dat zij geen weet had van de handelsactiviteiten en inkomsten ongeloofwaardig. De levensstandaard lag boven het bijstandsniveau en appellante weigerde openheid van zaken te geven over haar vermogens- en inkomenspositie. Het enkele feit van een scheidingsprocedure is onvoldoende om het gebrek aan informatie te rechtvaardigen.
Gelet op deze omstandigheden bevestigt de Raad de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag en de intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.