ECLI:NL:CRVB:2004:AR7767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vast dienstverband na tijdelijke aanstelling ambtenaar
Appellant was sinds 1 juli 1999 in tijdelijke dienst bij het Ministerie van Financiën met een proeftijd van maximaal twee jaar. Na een beoordeling over de periode 1 oktober 1999 tot 1 oktober 2000 en een functioneringsgesprek op 16 mei 2001, werd appellant meegedeeld dat hij geen vast dienstverband zou krijgen vanwege onvoldoende functioneren, met name op het gebied van beleidsontwikkeling rond verklaringen van geen bezwaar (vvgb).
Appellant kreeg een nieuwe tijdelijke aanstelling van zes maanden met een verbetertraject, maar voldeed niet aan de gestelde eisen. De rechtbank vernietigde het besluit tot handhaving van de beoordeling, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand en verklaarde het beroep tegen de weigering van een vaste aanstelling ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat door de tijdelijke aanstelling per 1 juli 2001 al een vast dienstverband was ontstaan en dat het vernietigen van de beoordeling ook gevolgen moest hebben voor de weigering van een vaste aanstelling. De Raad oordeelde dat de tijdelijke aanstelling evident tijdelijk was en dat de inhoudelijke negatieve beoordeling op voldoende gronden berustte. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om appellant een vast dienstverband te verlenen na tijdelijke aanstellingen.