ECLI:NL:CRVB:2004:AR7777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbrengen bezoldiging ambtenaar wegens langdurige ziekte
Appellant, werkzaam bij Rijkswaterstaat, werd geconfronteerd met een besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat om zijn bezoldiging terug te brengen tot 80% vanaf 14 september 2002, omdat hij vanaf 17 maart 2001 gedurende 18 maanden wegens ziekte niet kon werken.
Appellant voerde aan dat hij tussen 26 maart 2001 en 23 november 2001 niet ziek was maar thuis verbleef vanwege een arbeidsconflict. De Raad oordeelde echter dat appellant gedurende die periode regelmatig het spreekuur van de bedrijfsarts bezocht, die hem steeds als 100% arbeidsongeschikt beschouwde, en dat er geen medische informatie was die dit tegensprak.
De Raad stelde vast dat de wettelijke regeling in artikel 37, tweede lid, aanhef en onder b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dwingendrechtelijk is en dat de bezoldiging na 18 maanden ziekte terecht werd teruggebracht tot 80%. De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Assen.
Uitkomst: De bezoldiging van appellant is terecht teruggebracht tot 80% na 18 maanden ziekte.