ECLI:NL:CRVB:2004:AR7778
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding termijn door nalatigheid gemachtigde
De Centrale Raad van Beroep behandelde een zaak waarin opposant verzet instelde tegen een eerdere niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht. Het verzet werd echter na afloop van de zeswekentermijn ingediend. Opposant stelde dat hij niet tijdig was geïnformeerd door zijn voormalige advocaat over de niet-ontvankelijkverklaring en de betaling van het griffierecht.
De Raad overwoog dat de termijn voor het indienen van verzet zes weken bedraagt, ingaande de dag na de bekendmaking van de uitspraak. De Raad stelde vast dat het verzet pas ruim na het verstrijken van deze termijn werd ingediend. Volgens vaste jurisprudentie komen de gevolgen van nalatigheden van een gemachtigde voor rekening van de cliënt, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die het verzuim verontschuldigen.
De Raad vond geen omstandigheden die het overschrijden van de termijn konden verontschuldigen en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. De eerdere uitspraak bleef daarmee in stand. De Raad zag geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb om alsnog in het voordeel van opposant te beslissen.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn door nalatigheid van de gemachtigde.