ECLI:NL:CRVB:2004:AR7789
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het vereiste griffierecht van €87 niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Opposant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de Raad vond geen gronden om het verzet gegrond te verklaren. De Raad benadrukte dat de verplichting tot betaling van griffierecht voortvloeit uit artikel 22 van Pro de Beroepswet, een dwingende bepaling.
De Raad wees erop dat opposant herhaaldelijk was geïnformeerd over de verschuldigdheid van het griffierecht en de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen, maar dat hij hier geen gebruik van had gemaakt. De termijn voor betaling was meerdere malen verlengd, maar het griffierecht was niet voldaan.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.