ECLI:NL:CRVB:2004:AR7790
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard
Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Opposant diende hiertegen verzet in, waarbij hij aanvoerde dat het verzuim niet tegen hem kon worden ingebracht.
De Raad overwoog dat de verschuldigdheid van het griffierecht voortvloeit uit artikel 22 van Pro de Beroepswet, een dwingendrechtelijke bepaling, en dat artikel 8:41 Awb Pro niet van toepassing is. Opposant was meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de gevolgen van niet-betaling. Ook zijn verzoeken om vrijstelling werden terecht afgewezen.
De Raad constateerde dat opposant de mogelijkheid had om bijzondere bijstand aan te vragen voor het griffierecht, maar dat hij hiervan geen gebruik had gemaakt. Het griffierecht was niet betaald binnen de gestelde termijn, waardoor het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betalen van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.