ECLI:NL:CRVB:2004:AR7830
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende oorlogsgeweld
Eiser, geboren in juni 1944 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen, waaronder internering in een landbouwschool tijdens de Bersiap-periode en beschietingen in Bogor. Tevens wees hij op zijn biologische afkomst, waarbij zijn moeder seksueel misbruikt werd door een Japanse officier en hij mishandeld werd door zijn vader.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was komen vast te staan dat eiser direct betrokken was bij de beschietingen en omdat de psychische klachten volgens medische adviezen vooral samenhangen met zijn biologische afkomst en mishandeling, niet met oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De Raad oordeelt dat de problemen rond de biologische afkomst niet onder de Wet vallen en dat de psychische klachten onvoldoende zijn onderbouwd als gevolg van oorlogsgeweld. De medische adviezen, gebaseerd op rapporten van GGZ Alkmaar en het Sinai-centrum, ondersteunen dit oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer blijft in stand.