ECLI:NL:CRVB:2004:AR7892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gedifferentieerde WAO-premie en behandeling voorschotten arbeidsongeschiktheidsuitkering
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de gedifferentieerde premie WAO voor het jaar 2000, waarbij de betalingen aan een ex-werkneemster als arbeidsongeschiktheidsuitkering werden meegenomen. Betrokkene was ziek gemeld tijdens zwangerschap en kreeg voorschotten op een WAO-uitkering toegekend. Appellant (UWV) stelde dat alle betalingen, inclusief voorschotten, meetellen voor de premie.
De rechtbank had het bezwaar van gedaagde gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat het recht op WAO-uitkering nog niet vaststond ten tijde van het besluit. De Centrale Raad overweegt dat voorschotten die zijn betaald ná de vastgestelde ingangsdatum van de WAO-uitkering wel als uitkering gelden, maar niet daarvoor.
Verder oordeelt de Raad dat de oorzaak van arbeidsongeschiktheid (zwangerschap/bevalling) geen rol speelt bij de premie, en dat het Besluit premiedifferentiatie WAO niet in strijd is met het IAO-verdrag 103. De Raad bevestigt het belang van het onderscheid tussen voorschotten en definitieve uitkeringen en beveelt een nieuw besluit op het bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: Het besluit over de gedifferentieerde WAO-premie wordt deels vernietigd en appellant moet een nieuw besluit nemen waarbij voorschotten vóór de vastgestelde ingangsdatum van de WAO-uitkering niet worden meegeteld.