ECLI:NL:CRVB:2004:AR8044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Appellant, werkzaam als schoonmaker, kreeg een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid toegekend na een bedrijfsongeval. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank werd het besluit tot herziening van de uitkering genomen, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15-25%.
De Raad beoordeelde het nieuwe besluit en concludeerde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was. Met name waren er onvoldoende functies beschikbaar die appellant met zijn beperkingen kon verrichten zonder onredelijke aanpassingen.
De Raad vernietigde het herzieningsbesluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de juiste arbeidskundige beoordeling. Tevens werd het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een vordering tot schadevergoeding.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd wegens een ontoereikende arbeidskundige grondslag en het UWV moet een nieuw besluit nemen.