ECLI:NL:CRVB:2004:AR8157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek en intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering
Gedaagde, werkzaam in een anjerkwekerij, viel in 1992 uit wegens maagklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in per 25 maart 1996 na medisch en arbeidskundig onderzoek, waarop gedaagde bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege onvoldoende zorgvuldigheid van het medisch onderzoek.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en aanvullende medische uitleg ingewonnen bij de internist Teng. Deze verklaarde dat gedaagde ten tijde van het onderzoek niet arbeidsongeschikt was, hoewel een geringe bloedarmoede werd vastgesteld. De Raad concludeerde dat het UWV de belastbaarheid van gedaagde correct heeft vastgesteld en dat er geen aanwijzingen zijn voor een verslechtering van zijn gezondheidstoestand rond de onderzoekdatum.
De Raad verwierp het betoog van gedaagde dat nader medisch vervolgonderzoek noodzakelijk was en oordeelde dat het enkele feit dat de gezondheidstoestand na vier tot zes maanden niet voorspelbaar was, geen reden vormt om het besluit tot intrekking van de uitkering te vernietigen. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering per 25 maart 1996 blijft gehandhaafd.