ECLI:NL:CRVB:2004:AR8179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. de Mooij
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken verlies verdiencapaciteit
Appellant, werkzaam als productiemedewerker via uitzendbureaus, viel uit wegens rug-, hyperventilatie-, maag- en later nekklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde de verzekeringsarts beperkingen vast, maar vond de arbeidsdeskundige geschikte functies voor appellant zonder verlies aan verdiencapaciteit.
Appellant voerde in bezwaar aan dat zijn beperkingen werden onderschat en overhandigde rapporten van het Instituut Psychosofia, die echter niet als medisch objectief werden erkend. De bezwaarverzekeringsarts en rechtbank onderschreven de medische beoordeling van de verzekeringsarts.
De Raad oordeelt dat de weigering van de WAO-uitkering op een deugdelijke medische grondslag berust en dat de niet-reguliere rapporten onvoldoende bewijs bieden voor zwaardere beperkingen. De geduide functies zijn passend binnen de vastgestelde belastbaarheid, waardoor geen recht op WAO-uitkering bestaat.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van verlies aan verdiencapaciteit.