ECLI:NL:CRVB:2004:AR8472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengelduitkering na bevalling wegens niet aansluitende arbeidsongeschiktheid
Gedaagde was van oktober 1997 tot september 1999 in dienst en werd in juni 1998 wegens zwangerschapsklachten arbeidsongeschikt. Na haar bevalling in september 1998 hervatte zij haar werk in januari 1999. Zij meldde zich in maart 1999 opnieuw ziek vanwege rugklachten. Appellant kende een ziekengelduitkering toe van 70% dagloon, maar weigerde de volledige uitkering op grond van artikel 29a Ziektewet, omdat de arbeidsongeschiktheid niet aansluitend was aan de bevallingsuitkering en niet het gevolg was van de zwangerschap of bevalling.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens onvoldoende motivering, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat gedaagde gedurende ruim tweeënhalve maand na hervatting van haar werk zonder onderbreking heeft gewerkt, ondanks rugklachten die niet ernstig genoeg waren om haar werk te verhinderen. De Raad volgde het standpunt van de bezwaarverzekeringsartsen dat de arbeidsongeschiktheid niet aansluitend was en niet als gevolg van de bevalling kon worden beschouwd.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand bleef. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van volledige ziekengelduitkering wordt ongegrond verklaard.