ECLI:NL:CRVB:2004:AR8503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-melden spaargelden
Appellant ontving van 16 februari 1998 tot 25 oktober 1999 een bijstandsuitkering. Bij een nieuwe aanvraag in december 1999 bleek dat appellant een bankrekening had verzwegen waarop regelmatig kasstortingen plaatsvonden. Dit leidde tot een onderzoek en uiteindelijk tot herziening en intrekking van de bijstand over die periode, met terugvordering van gemaakte kosten.
Appellant stelde dat de kasstortingen leningen waren en dus niet als inkomen moesten worden beschouwd. De gemeente achtte deze verklaring ongeloofwaardig en kwalificeerde de stortingen als inkomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat in hoger beroep werd bevestigd.
De Raad oordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden door de stortingen niet te melden. Verder was niet aannemelijk gemaakt dat het om daadwerkelijke leningen met terugbetalingsverplichting ging. De verklaringen van appellant en getuigen voldeden niet aan de vereisten om schulden in aanmerking te nemen. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens niet-melden van kasstortingen als inkomen.