ECLI:NL:CRVB:2004:AR8509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens tijdsbesteding aan onderwijs van meer dan 19 uur per week
Appellante ontving sinds mei 2001 een bijstandsuitkering. In september 2001 startte zij met twee studies, geneeskunde en maatschappelijk werk. Het College van burgemeester en wethouders van De Bilt trok haar uitkering per 1 oktober 2001 in omdat haar beschikbare tijd voor werkzaamheden door het volgen van onderwijs ten minste 19 uur per week werd beperkt.
Appellante had nagelaten dit tijdig te melden, waardoor het college niet vooraf kon beoordelen of het ging om een uitzonderingspositie volgens de Algemene bijstandswet (Abw) of de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw). De voorzieningenrechter en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het intrekkingsbesluit terecht was genomen en dat ook de terugvordering van de reeds betaalde bijstand rechtmatig was.
De Raad stelde vast dat het tijdsbeslag van de studies inderdaad meer dan 19 uur per week bedroeg en dat appellante beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt niet objectief was gegeven. Tevens ontbraken dringende redenen om af te zien van intrekking en terugvordering. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering van bijstandskosten wegens het volgen van onderwijs dat meer dan 19 uur per week in beslag neemt.